
Bron en foto: Haarlems Dagblad.
Vorig jaar oktober begonnen bewoners in de buurt van de Schoterveenpolder een handtekeningenactie met als doel geld in te zamelen voor een constructie die schaduw kan bieden aan de koeien, die ’s zomers onbeschermd in de brandende zon staan. De Schoterveenpolder ligt vlakbij de Kleverlaan en is bekend om de mooie molen. De koeien zijn van boer Kneppers. Het weiland is van de gemeente Haarlem.
Onder aanvoering van Suza en Mare gingen bewoners op de regenachtige Dierendag 2020 langs bij adressen in de van Heussensstraat, Van Dortstraat, Jan Haringstraat, Veenbergplein en Veenbergstraat. Ze haalden maar liefst 180 handtekeningen op, maar in verband met corona ging de overhandiging aan de toenmalige CDA-wethouder Snoek niet door. Inmiddels is Snoek – bij het CDA kunnen de poppetjes snel wisselen – vervangen door Rog.
De buurtbewoners Marc Hannou en Jacqueline van den Broek (moeder van Suza en Mare) zijn ook op komen draven deze vrijdagmiddag. Zij kennen elkaar door hun vrijwilligerswerk voor de Partij voor de Dieren in Haarlem. ,,De afgelopen zomers waren zeer warm’’, vertelt Hannou. ,,Vandaar dat we een schaduwplek willen voor de koeien. Anders krijg je onnodig dierenleed, dat je gemakkelijk kunt voorkomen. Ook koeien hebben last van hittestress als de temperatuur boven de 25 graden uit komt.’’
Het plan om een simpel bouwwerk te maken van wat palen met daarop een dakje, leed schipbreuk omdat een dergelijke constructie conflicteert met het ’windrecht’ van de molen. De ecoloog van de gemeente Haarlem heeft echter meegedacht: hij heeft geadviseerd een ecologisch verantwoord olijfwilgenbosje te planten in het weiland aan de zijde van de Van Dortstraat. Dat gebeurt in het najaar. ,,Het is deze zomer dus nog even afzien voor de koeien, helaas’’, zegt Van den Broek spijtig. Maar de buurt is wél dik tevreden dat de gemeente in elk geval heeft meegedacht om tot een oplossing voor de zwetende koeien te komen.
En die zijn er waarschijnlijk ook blij mee, hoewel ze niet meer kunnen doen dan boe! roepen.

Geboren: Haarlem, 23 december 1943
Overleden: Haarlem, 29 juni 2021
Elke dag gaat hij naar perron 1A van station Haarlem. Zoals gewoonlijk met zijn gedachten in het verleden, ziet hij hoe vader en moeder hem op achtjarige leeftijd weer op de trein zetten. Samen met begeleidende juffen worden de kinderen met een geestelijke beperking voor een zomerverblijf van vijf weken overgebracht naar Zonneoord in het groen bij Ede. Tot kort voor zijn overlijden betreedt André van der Vecht, de bekendste wandelaar van Haarlem, dagelijks perron 1A. Wie kent hem eigenlijk niet. De man die hardop pratend door de stad loopt. Meestal zijn de woorden niet speciaal aan iemand gericht. Je hoeft ook niets terug te zeggen, want André spreekt en leeft in een andere tijd.
Zijn zus Yvonne vertelt: ,,André was vanaf zijn geboorte beperkt en is altijd op het niveau van een zevenjarige gebleven. Daarnaast was hij sterk autistisch. We woonden aan de Schoterweg en André bleef bij onze moeder achter toen de andere kinderen het huis uit gingen. Na het overlijden van onze moeder wilde hij beslist niet het huis uit. Een instelling vond hij vreselijk. Toen is een van de broers boven hem gaan wonen en verzorgde de financiën. Wij zorgden voor het eten, de kleding en hielden in de gaten dat hij ’s avonds wel op tijd thuiskwam.’’
Na een lang verblijf in het speciaal onderwijs gaat André aan het werk in een wasserij. Eerst in Haarlem, maar na de fusie van het bedrijf moet hij met de bus naar Alkmaar waar hij tot aan zijn vervroegde pensioen blijft werken. Uit zijn jeugd heeft André een enorme fascinatie voor treinen overgehouden. Als Yvonne en haar man Ton hem meenemen naar het spoorwegmuseum in Utrecht, weet hij precies het type trein, de wagon en de houten bank aan te wijzen waarop hij zat tijdens de reis naar Zonneoord. Ton: ,,We zijn ook met hem naar Zonneoord geweest. Daar wees hij meteen naar het raam waarachter hij sliep.’’
Dagen verlopen bij André in vaste patronen. ’s Morgens in alle vroegte op en aan de wandel. Tegen het ontbijt terug naar de de Schoterweg en deze krant lezen. Na zijn werkzame leven wordt ook de rest van de dag vooral ingevuld met wandelen, praten en een uurtje zwemmen in de Planeet. Ton ging een keer met hem mee naar het overdekte zwembad. ,,Hij liep daar vooral te mijmeren en opeens ging hij naar een groepje ouderen. Die gaven hem een koekje. O, dat deden ze al jaren, vertelden ze. Later hoorden we dat André tijdens zijn wandelingen ook bij de visboer, de slager en de cafetaria die hij onderweg naar het centrum passeerde, iets kreeg.’’
Pas na zijn overlijden wordt duidelijk dat eigenlijk heel Haarlem hem kende. Heel Haarlem? Als Ton ziet hoe André op de Schoterweg recht op een drietal zeer orthodox geklede moslima’s afstapt, houdt hij zijn hart even vast. ,,Hé André!’’, klinkt het vrolijk en luid vanonder de sluiers. ,,Hij maakte totaal geen onderscheid tussen mensen’’, vertelt Ton.
André overlijdt kort nadat er hartproblemen zijn vastgesteld. Nog bruin van de dagelijkse buitenlucht, een glimlach op het gezicht en met een mooi spoorpetje op de kist wordt hij opgebaard. Op social media betuigen Haarlemmers massaal hun medeleven aan de man die ze in hun hart hebben gesloten.
Over de doden is een rubriek waarin het leven wordt beschreven van onlangs overleden bekende en minder bekende mensen.
Bron: stadsredactie@haarlemsdagblad.nl

Probeer maar eens iets geheim te houden voor Bert Buter, de “burgemeester van het Marsmanplein”. De man, die al meer dan vijftig jaar ziel en zaligheid in het winkelcentrum steekt. Na sluitingstijd werd Buter vrijdag 9 juli 2021 nietsvermoedend naar een tent op het plein geleid. Daar was hij samen met burgemeester Jos Wienen getuige van de onthulling van twee koperen naamplaten op een bank op het plein die hem als afscheidscadeau werden aangeboden. Op de foto poseren de mannen samen op het bankje. Bron: Haarlems Dagblad, foto Unieted Photos/Laurens Bosch.


De Adelbertuskerk is te vinden op de hoek van de Rijksstraatweg en de Zaanenstraat. Samen met de grote pastorie, het ernaast gelegen voormalig raadhuis van Schoten en de burgemeesterswoning ertegenover is de kerk centraal gelegen in Haarlem-Noord. De grote stadsuitbreiding van Haarlem in de voormalige gemeente Schoten, maakte de bouw van uiteindelijk vijf katholieke kerken in het tegenwoordig Haarlem noodzakelijk. De Adelbertuskerk is ontworpen door architect Jos Margry. Hij heeft meerdere kerken ontworpen. De bouwstijl is neo-romaans.
Het is meer dan 100 jaar geleden dat de kerk is geconsacreerd en in gebruik genomen. De bouw was toen nog niet ten einde. Van de grote toren was alleen het onderste gedeelte klaar. Van de achtergevel moesten het ingangsportaal en de twee kleine torens nog gebouwd worden. De grote toren werd nooit afgebouwd.
Eerder waren kerk en parochie toegewijd aan de heilige Liduina. Toen in de jaren negentig de parochies van Elisabeth en Barbara en van het H. Hart gesloten werden, kreeg de Liduinakerk een centrale functie. De kerk waarin parochianen van de drie parochies een nieuw kerkelijk “thuis” vonden, kreeg toen een nieuwe patroonheilige, Adelbertus, een leerling van Willibrord.
Mede door de aanwezigheid van de gewelven heeft de kerk een prachtige akoestiek. Deze ruimte is daarom zeer geschikt voor de twee aanwezige orgels en voor velerlei muziek uitvoeringen.
Het grote hoofdorgel achter in de kerk is gemaakt van verschillende orgels. In de kerk was al een orgel van Vermeulen uit 1923. Vanaf 1997 is dit orgel uitgebreid met delen van het in 1902 door L. Ypma gebouwde orgel van de H. hartkerk. Ook delen van andere orgels zijn er in verwerkt tot een imposant geheel. Vrijwilligers werken nog steeds aan de uitbreiding. Het hoofdorgel is daarmee straks één van de grootste orgels van Haarlem en Nederland.
Een tweede monumentaal orgel is het Anneessens-orgel. Oorspronkelijk gebouwd in 1894 voor de kerk van de paters-Jezuïeten in Brussel. Dit orgel wordt -vooraan in de Adelberuskerk- gebruikt als koororgel. Charles Anneessens was in zijn tijd een beroemd orgelbouwer, getuige het feit dat hij een orgel mocht leveren aan de Paus voor de St. Pieterkerk. Het Anneessens-orgel in de Adelbertuskerk heeft een uitzonderlijk mooie romantische klank en wordt door kenners geroemd om de klank, Het orgel is nog altijd een van de weinige origineel bewaard gebleven orgels in zijn soort.
De gebrandschilderde ramen kunnen wedijveren met de beroemdste glas in loodramen in Europa. In de zestiger jaren van de twintigste eeuw kreeg het beroemde Limburgse atelier van glazenier Joep Nicolas opdracht om een serie ramen te maken. Hij bouwde voort op een aantal ramen die er al waren. Er zijn ook afbeeldingen uit de moderne tijd, zoals de ramen met Paus Johannes XXIII die het tweede vaticaanse Concilie bijeenriep en Paus Paulus VI afgebeeld in gesprek met patriarch Athenagoras.
Door de plaatsing van een glazen ontmoetingsruimte achter in de kerk is de kerkruimte kleiner gemaakt. En daarmee beter passend bij een kleiner bezoekersaantal. De kerk heeft 380 reguliere zitplaatsen. Die kunnen uitgebreid worden naar 600 zitplaatsen. De multifunctionele ontmoetingsruimte kan door het aanschuiven van twee schuifwanden één geheel worden met de grote kerkruimte en plaats bieden aan nog eens 50 personen.


Het kasteel van Schoterbosch heeft waarschijnlijk gestaan in het westelijk gedeelte van de Berkenstraat. L. van Ollefen schreef hierover in 1796: “Het slot heeft reeds jaren lang in ruïne gelegen; en ’t is te denken dat men het verbannen van alles wat adellijk plagt genoemd te worden, welk verbannen de nu in hunne stand herplaatste Bataven reeds ter hand genomen hebben alle deeze en dergelijke overblijfselen en gedenkteken van den adeldom, welke ons, tot schande van onze afkomst heeft geplaatst gehad, zullen weggeruimd worden, en wij onze vrije grond derhalve niet meer zullen ontsierd zien met die puinhopen”.
Loosjes schreef in 1804, dat ter plaatse in zijn tijd een oude boerderij stond, die toen van Hendrik Dirksen het eigendom was. Deze boerderij stond naast Huis te Zaanen. In 1785 bezat deze boerderij een: “Stallinge voor 20 koeien en paarden wagenschuur, hooyberg en een kroft gelegen voor gemelde woning”. Later lezen we in een transportakte dat op vrijdag 31 oktober 1806 Jan Nelis het koopt voor 1.900 gulden van Johannes Sebastiaan van Namen van Scherpenzeel, wonende te Haarlem een: “Huysmans of boerenwoning met erf, grote tuyn en stalling voor koeien en twee paarden, hooiberg et. etc. genaamd Schoterbosch”. Hoewel het pand op de lijst van monumenten voor kwam, werd het in verpauperde staat verkerende bolwerk in 1924 toch gesloopt.

Het is even zoeken op het terrein van de Haarlemse Kweektuin. Tussen de biologische groentetelers, duurzame designers, yogaleraren en verantwoorde houtverwerkers zit een kapsalon. Het is geen foutje van de ballotage commissie, want Joline Klinkenberg doet het heel anders dan collega-coiffeurs. Zonder chemische middelen, in een rustieke omgeving en – voor wie wil – een knipbeurt in stilte en zonder spiegel. Wat zijn die nou aan het doen? Wie op een geruisloze maandagmiddag een wandelingetje maakt over het Kweektuincomplex aan de Kleverlaan loopt de kans tussen de bomen zomaar een kapster en haar klant tegen te komen. Want het knippen van haar kan ook gewoon midden in de natuur. Luisterend naar fiedelende vogels, de wind die met bladeren speelt en ondertussen de lokken op de aarde zien dwarrelen.
Met ’Schaar Zoekt Haar’ heeft Joline Klinkenberg (37) de kapsalon gecreëerd waar ze zelf graag zou komen. Zo kan de klant ervoor kiezen in stilte te worden geknipt, waarbij de kapsalon slechts wordt gevuld met het geluid van de snijdende schaar. Voorbij zijn de oppervlakkige praatjes over het weer, de selectie van het Nederlands elftal en het recept voor een hartige taart. „Sommige mensen hebben een hekel aan de kapper, omdat ze altijd moeten praten. Dat voelt ongemakkelijk.” Soms haalt Klinkenberg – uiteraard alleen op verzoek – de altijd zo dominant aanwezige spiegel voor het hoofd weg. Het is om een sfeer te scheppen waarin de klant even helemaal los kan zijn van de dagelijkse reuring om hem of haar heen. Sommigen dommelen zelfs even weg, terwijl Klinkenberg de coupe in model knipt. Het is haast meditatief. Als de klanten dan na een half uur hun ogen weer openen, schrikken ze soms van het resultaat. Maar als ze er even later aan gewend zijn, lopen ze tevreden het tiny house in de glazen kweekkas uit. Of zo het bos uit, als ze graag buiten willen worden geknipt.
Klinkenberg is geen kapper van het type ’U vraagt, wij draaien’. Ze probeert bij de intake een beeld van iemands persoonlijkheid te krijgen – verbinding te zoeken – en daar het kapsel op aan te passen. Een formele heer wordt met een identieke coupe huiswaarts gestuurd. Terwijl het bij een artistiekeling juist veel creatiever en losser kan.
Neem eens een kijkje op de website: Schaar zoekt Haar – Home

De Patrimoniumbuurt is een buurt in beweging. Denk aan de realisatie van torenflat de Pionier aan de Spaarndamseweg, de verkoop van huizen aan onder meer de Kloppersingel en de komende bouwprojecten CarpetRight, Spaarneboog, Qualitiy Bakers en de herinrichting van het Nelson Mandelapark. Dit jaar viert de Patrimoniumbuurt haar 100e verjaardag. De wijk wil hier nadrukkelijk bij stilstaan. Een aantal enthousiaste wijkbewoners heeft daarom besloten om op gepaste afstand festiviteiten en activiteiten te organiseren. Er wordt gedacht aan een tentoonstelling, een herdenkingsboekje over de buurt, een puzzel en speurtocht en een corona proof buurtfeest. Er is een bewonerscommissie, een wijkraad Patrimonium en er is een aantal actieve bewoners met aanvulling van een tweetal werkgroepen. Lijkt het u leuk een bijdrage te leveren? Neem dan contact op met Arnold Strien 06 222 137 34 of ahjvanstrien@live.nl(deze oproep is overgenomen uit de HRLM stadsglossy).

O.L. Vrouw van Zeven Smarten, na de naamswijziging bekend als de Mariakerk is nog niet officieel gesloten. De Bisschop heeft het besluit nog niet bekrachtigd door het plaatsen van zijn handtekening en dus is er sprake van een vacuüm. Op woensdag- en zondagochtenden worden regelmatig diensten gehouden. Daarnaast worden ook nog uitvaartmissen gehouden. Als de sluiting door het zetten van de handtekening van de Bisschop wordt bekrachtigd, dan komt er een eind aan de ruim zestig jaar durende band tussen de kerk en de aangrenzende begraafplaats, waar veel Schotenaren een laatste rustplaats hebben gevonden. Het kerkhof is aangelegd bij de bouw van de tweede kerk van de parochie Schoten, aan de Straatweg naar Alkmaar. Voorheen werd een noodkerk gebruikt nabij de Jan Gijzenkade. De ingang ligt rechts van de voormalige pastorie achter op het terrein. Deze kerk werd op 25 augustus 1858 toegewijd aan de Heilige Bavo. Het kerkhof lag achter de kerk. Het benodigde zand werd door de boeren uit de gemeenschap gratis geleverd en aangevoerd. Bij de bouw van de derde kerk in 1936 de O.L. Vrouwe van Zeven Smarten, bleef de naam Sint Bavo kerkhof behouden. Deze kerk werd aan de andere kant van de Pastorie gebouwd, die daardoor enige tijd tussen twee kerken in kwam te liggen. Een kerk in aanbouw en een kerk die werd afgebroken. Zie foto. Op het moment is een fusieproces gaande om te komen tot de Franciscusparochie. Daarmee zal de kerkrechtelijke verantwoordelijkheid voor het kerkhof overgaan naar de nieuwe parochie. Regelmatig vragen bezoekers van het kerkhof hoe de toekomst van de begraafplaats er uit gaat zien. Er liggen ruim vierhonderd graven. In het parochieblad is te lezen dat het nieuwe kerkbestuur de intentie heeft uitgesproken om de begraafplaats in stand te houden, omdat die als wezenlijk element van de nieuwe parochie wordt beschouwd.
Bron; Haarlems Dagblad en eigen info.
Wie heeft informatie over, of afbeeldingen van de muurschildering van het hoekpand drogisterij de Rode Leeuw, hoek Atjehstraat 35/Soendastraat 68, Haarlem.
Op 11 december 1926 is onder de handelsnaam “Drogisterij Het Rode Leeuwtje in de Hogerwoerdstraat 27 te Schoten door Pieter Cornelis de Leeuw een drogisterij opgericht. In die tijd was de drogist een belangrijke man. P.C. de Leeuw was zo’n man die bovendien ook erg veel wist. Zo een bij wie je eerst even langs ging voordat de dokter er aan te pas kwam. Een vertrouwensman in allerlei situaties. Dat was toen, in de jaren dertig van de vorige eeuw zo. Pieter Cornelis de Leeuw begon een drogisterij in de buurt van het Kastanjeplein. Het rode in de bedrijfsnaam verwees naar de socialisten die in die buurt talrijk waren. Elke zondag hoorde je A.J.C. liederen door de straten klinken. “Als ik nou een naam met iets van rood er in doe, denken de socialisten dat ik een van hen ben en komen ze wel naar mijn winkel,” zo dacht de oprichter.
In 1936 werd een filiaal geopend in Atjéhstraat 35 te Haarlem, die zijn zoon onder beheer nam. Een jaar later werd dat een zelfstandige zaak met dezelfde Handelsnaam. In die tijd gingen de mensen niet snel naar een dokter. Nee eerst mocht de drogist zich over de kwestie buigen. Vaak gingen de klanten met een zalfje of drankje huiswaarts.
Een drogist was niet zo maar een winkelier in de ogen van de buurtbewoners. Een drogist was een handlanger van de eeuwigdurende wijsheid. Als er een man op straat viel, dan werd de drogist uit zijn bed getrommeld om aan de patiënt te ruiken en vast te stellen of de man gewoon te veel gedronken had. En voordat de politie de man wegens openbare dronkenschap achter de tralies kon stoppen, werd de slagersjongen gewaarschuwd. De benevelde buurtbewoner mocht voorop, op de slagersbakfiets, waar normaal de varkenslapjes lagen en werd thuis afgeleverd. Zo ging dat in die dagen. Zalfjes en tincturen werden door de drogist zelf gemaakt.

Het bestuur van Stichting het Posthuis dringt er bij de gemeente op aan de restanten van het beeldbepalende buurtgebouw in Haarlem-Noord te slopen. Ze vrezen dat het karkas van het pand ten prooi valt aan vandalisme. Het is inmiddels ruim een half jaar geleden dat het Posthuis in het Zaanenpark door brandstichting volledig werd verwoest. De politie heeft tot op heden geen schuldige(n) kunnen aanhouden.
Het gemeentelijke gebouwtje, stammend uit 1948, met het karakteristieke dikke rieten dak vervulde een centrale rol in de Sterrenbuurt. Het was een ontmoetingsplaats voor de buurtbewoners, voor feestjes en partijen, cursussen, films en evenementen zoals het festival Zomer in de Zaanen en Kerstzang in het park. Na de nodige opruimwerkzaamheden en bouwkundige onderzoeken bleek dat er niet kan worden herbouwd op de restanten. Inmiddels wordt langzamerhand steeds meer duidelijk hoe het verder moet met nieuwbouw. Bestuurslid Ingrid van Koppenhagen: „Het goede nieuws is dat de verzekeraars gaan uitbetalen en dat de gemeente het met ons eens is dat er iets vergelijkbaar moet verrijzen. Er moeten bijvoorbeeld geen volkstuintjes voor in de plaats komen.” Het stichtingsbestuur ziet twee opties bij de nieuwbouw. Van Koppenhagen: „Het kan dat de gemeente met de nodige inbreng van ons graag zelf wil herbouwen en met ons een nieuw huurcontract afsluit. Maar wij onderzoeken ook de mogelijkheid om als buurt zelf duurzaam en klimaatneutraal te laten bouwen en uiteraard met de nodige hulp van de gemeente zelf te gaan financieren en exploiteren. Wij denken dat daarmee de nodige besparingen zijn te bereiken.”
Volgens Van Koppenhagen is verantwoordelijk wethouder Jur Botter voorstander van buurtparticipatie. „Maar daar zitten uiteraard nogal wat consequenties aan vast voor ons als vrijwillig bestuur. Wat te denken van de persoonlijke aansprakelijkheid? Dat zullen we met elkaar moeten oplossen. Wij zitten binnenkort nog een keer aan tafel met de gemeente en hopen dat de koers dan duidelijk wordt.” Als het stichtingsbestuur zelf aan de gang gaat, wordt nog dit jaar gezocht naar meedenkers en meewerkers voor het project. „Er wordt gewerkt aan een nieuwe website om de buurt te informeren, voortgang en ideeën te delen en zo nodig beslissingen te nemen bijvoorbeeld via polls. Wij bespeuren in elk geval dat er veel enthousiasme, energie en deskundigheid is op allerlei niveaus bij de buurtbewoners. Dat bleek ook al snel uit de crowdfundingsactie die onlangs is afgesloten. Meer dan 500 donateurs brachten een bedrag van ruim vijftienduizend euro bij elkaar dat nu voorlopig nog veilig op een bankrekening staat.”

