Moffenzeef gevonden

De plek tussen de vloer en het plafond waar de moffenzeef is gevonden. © Foto Tos Kostermans
Het moet een stiekeme bedoening zijn geweest aan de Raadhuisstraat 1A in Haarlem tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bewoonster luisterde vermoedelijk heimelijk naar Radio Oranje, dankzij een vernuftige radioantenne: de moffenzeef. Het apparaat werd onlangs opgeduikeld tijdens werkzaamheden en bevindt zich in zo’n goede staat dat het Amsterdamse Verzetsmuseum de antenne opneemt in de vaste collectie.
Al sinds mensenheugenis is er een garagebedrijf gevestigd aan het begin van de Raadhuisstraat in Haarlem-Noord. Twintig jaar bestiert Arjan Knijnenburg garage Groenendaal, maar het is tijd voor een ander plan. Al maanden is hij met twee aannemers bezig om het pand te verbouwen tot woning. Het is een pittige klusdag in oktober vorig jaar als Floris Smidt bezig is om het plafond eruit te halen. Dat gaat niet vanzelf. Smidt: ,,Meestal rag je zo door een plafond heen, maar dit moest even met beleid gebeuren.’’ Het is vermoedelijk de redding geweest van de antenne uit de Tweede Wereldoorlog. Want ineens ziet Smidt iets liggen in de ruimte tussen het plafond en de vloer van de bovenwoning. Heel voorzichtig halen ze het eruit. Maar wat is het? Een houten raamwerk met een draad eraan. Knijnenburg: ,,We hadden echt geen idee.’’ Toevallig heeft de andere klusser Mark Sorber onlangs contact gehad met het Verzetsmuseum en besluit een foto te mailen van het ding. Bij het Amsterdamse museum maken ze bij ontvangst van de foto vrijwel direct een vreugdedansje. Dit is een moffenzeef, is al snel duidelijk. Of iets netter: een Germanenfilter. Dat is een antenne die mensen in de oorlogsjaren zelf in elkaar gezet konden zetten van hout en nylondraad. Met het apparaat, dat iets meer dan een halve meter hoog en breed is, konden de Duitse stoorzenders omzeild worden. David van Emden van het Verzetsmuseum: ,,De antennes zijn heel kwetsbaar, de meeste antennes zijn verloren gegaan. De moffenzeef die in Haarlem is gevonden is een bijzonder mooi en vakkundig gemaakt exemplaar. Vandaar dat we hem ook opnemen in de permanente tentoonstelling.’’
Bron: haarlems Dagblad